Beeldhouwkunst
De afdeling beeldhouwkunst van de KASK heeft de ambitie om de meest toonaangevende opleiding van Europa te worden. Ze positioneert zich als een opleiding waarin de hedendaagse autonome sculptuur centraal staat.
Autonomie wordt hier gebruikt in de zin van 'zichzelf genererend', binnen de grenzen van de fysieke toestand van de sculptuur nl. lichamelijkheid.
Daarin verschilt ze van de andere Belgische en Europese instellingen, waar vaak gekozen wordt voor een sterk naar het verleden gerichte opleiding of voor een sculptuurvorm die zich richt op installaties en elektronische beelddragers.
In de werking van dit atelier wordt volgehouden onderzoek verricht naar de plaats van de beeldhouwkunst binnen het geheel van de hedendaagse kunsten. Daarvoor is het nodig de eigenheid van deze discipline als artistiek uitdrukkingsmiddel te ontwikkelen. Het onderzoek naar deze eigenheid gebeurt door een intensieve studie, creatie, reflectie, en presentatie. In die zoektocht wordt gepeild naar het hedendaagse tov de traditie, naar de aard van de artistieke persoonlijkheid, naar betekenissen en ervaringen, langs begrippen als schoonheid en waarachtigheid.
De resultaten van dit onderzoek laten zich aflezen in de ontwikkeling van thema's en motieven, in de mate van beheersing van de plastische vormspraak en materialen; in haar eindresultaten.
In tegenstelling tot de snelle hedendaagse media verlopen de ontwikkelingen van de beeldhouwkunst aan menselijke snelheid. De sculptuur wordt gekenmerkt door 'traagheid'. Zodoende wordt de zoektocht van de student beeldhouwkunst gevoerd op het ritme van mens en medium.
De student moet positie kiezen binnen 20 000 jaar kunstgeschiedenis. Hij moet aandachtig leren zijn voor denken en voelen 'in het nu', dat alleen door langdurige oefening kan bekomen worden. Hij moet hierop reageren met daadkracht in de vormgeving. De materialen zijn weerbarstig. De noodzakelijke beheersing van de methodes en technieken om ze vorm te kunnen geven kunnen slechts na gestage oefening verkregen worden. Tenslotte worden de verschillende draden van het artistieke creatieproces tot één unieke vlechtwerk samengevlochten.
Daarom wordt de opleiding gezien als één langgerekt studie- en ontwikkelingsproces dat alleen in zijn totaliteit de aanzet kan zijn voor een sculpturaal artistiek oeuvre. Een artistiek oeuvre dat alleen dan kwalitatief kan zijn als het geworteld is in liefde voor de kunst.
Gezien deze ambitieuse doelstellingen wordt dan ook van de begeleiders verwacht dat ze volop in contact zijn met de artistieke ontwikkelingen in de 21ste eeuw, dat ze het historische perspectief kennen, maar verder ook dat ze gespecialiseerd zijn in één van de vele opleidingsonderdelen. Vanuit deze specialisatie moeten ze de student optimaal kunnen begeleiden bij de ontwikkeling van zijn/haar vrije artistieke werk, waarbinnen tevens vormgevings- en technische vaardigheden vereist zijn.
De gemiddelde verhouding van de ontwikkeling van het vrije artistieke werk/ vormstudie/technieken ligt respectievelijk rond 50%, 30%, 20%.
Het spreekt vanzelf dat alleen studenten met een uitgesproken motivatie en leerbereidheid op hun plaats zijn in deze afdeling. Intellectuele openheid en emotionele intelligentie zijn basisvereisten om binnen deze afdeling te kunnen functioneren. In de beeldhouwklas is permanent onderzoek van primordiaal belang. De student moet dan ook bereid zijn zichzelf continu in vraag te stellen. Vooringenomenheid is, net als arrivisme en verwaandheid, uit den boze. Het is de bedoeling dat de student met behulp van introspectie contact legt met zijn of haar motor/drijfveren. Er wordt actief omgegaan met twijfels en onzekerheden. Zij dienen niet als verlammend te worden ervaren. De student werkt aan zijn of haar zelfbewustzijn. De student handelt en kiest van uit zichzelf en in de eerste plaats voor zichzelf. Er is uiteraard een marge om te springen zonder om te kijken, het zelfbewustzijn hoeft de impulsiviteit niet persé uit te sluiten of in te dijken, integendeel zelfs impulsiviteit kan zeer onthullend zijn.
Een zeker mate van dwaasheid is belangrijk.
Beeldhouwkunst is een intieme bezigheid.
De beeldhouwer creëert vanuit zichzelf. Daarom is het noodzakelijk om de persoonlijkheid als toekomstig kunstenaar te ontwikkelen. Dit gebeurt door permanente bevraging van de drijfveren, de emoties en de intellectuele inzichten.
De beeldhouwer creëert vanuit het materiaal. Daarom is het noodzakelijk om een grondige kennis van diverse materialen en vaardigheid in technieken te ontwikkelen. Dit gebeurt door het uitvoeren van technische opdrachten en deelname aan technische workshops.
De beeldhouwer creëert vanuit de vorm. Door een grondige studie van de vormgevingsprincipes leert de student de beeldende middelen van de beeldhouwkunst te hanteren. Zodoende leert hij artistieke inhouden te creëren.
De beeldhouwer creëert vanuit het heden. De student staat met zijn volle bewustzijn, zijn volle emoties en zijn volle inzichten in het heden. Het heden is de motor voor zijn artistieke activiteiten. Door het ontwikkelen van een historisch bewustzijn leert de student zijn werk in een kwaliteitsperspectief te zien. Daardoor ontwikkelt hij liefde voor de uitdrukkingskracht van BEELDHOUWKUNST.
Om al die redenen is Beeldhouwkunst onderzoek.
Het is een onderzoek naar de eigen persoonlijkheid,
Het is een onderzoek naar de eigen artistieke mogelijkheden,
Het is een onderzoek naar de uitdrukkingsmogelijkheden van kunst,
Het is een onderzoek naar de plaats van beeldhouwkunst in het heden, in een historisch perspectief.
Het is een langzaam onderzoek die zich voltrekt op menselijke snelheid.
Het is een onderzoek gestuurd door reflectie, een proces van kritisch leren beschouwen.
Het is een onderzoek van leren omgaan met materiaal versus techniek, maar waarbij men de techniek doet vergeten.
Het is een onderzoek in het omgaan met de eigen beperkingen, om die eigen beperkingen te leren overstijgen en tot de eigen sterkte te maken.
Het is een onderzoek naar het individuele en specifieke, het ‘zijn’.
Het is een onderzoek om vanuit dit 'zijn', tot een individuele en specifieke keuze te komen, in het verwerken van onze wereld tot een artistiek werk die zodoende alle kenmerken van het individuele en specifieke, in zich heeft.
Het is een onderzoek met directe linken naar wat men de hedendaagse kunst noemt.
Het is een onderzoek met sterke verwijzingen naar de tekenkunst, zowel procesmatig als filosofisch.
Het doen als denken : een bevraging.
Het is een onderzoek waarbij tekenen een grote rol vervult.
Het is een onderzoek naar de eigen drijfveren.
Het is een onderzoek hoe te overleven in deze wereld.
Het is een onderzoek naar het voelen wat je werkelijk voelt.
Het is een onderzoek naar het moment, naar het nu.
Het is een onderzoek naar concentratie.
Het is een onderzoek naar achtzaamheid.
Het is een onderzoek naar de - het andere als spiegel.
Het is een onderzoek naar de kracht van het zwakke.
Het is een onderzoek naar de eigen weg.
Het is een onderzoek van materie.
Het is een onderzoek naar de betekenis van de vorm.
Het is een onderzoek naar de interactie, het spanningsveld 'materie-vorm’.
Het is een onderzoek naar het spanningsveld 'vorm-ruimte’.
Het is een onderzoek naar het vormgeven van de leegte, de leegte als ‘positief’.
Het is een onderzoek naar de spanningsbogen als poëzie.
Het is een onderzoek naar de menselijke snelheid.
Het is een onderzoek naar de menselijke verhoudingen.
Het is een onderzoek naar maat, de mens tegenover ........
Het is een onderzoek in de diepte.
Het is een onderzoek naar het beetje god in ons, naar onze bijdrage aan het mee creëeren van de wereld.
Het is een onderzoek naar het vinden niet naar het zoeken.
Ludwig Vandevelde
Bart Vansteenkiste
Philippe Crepain
Wouter Feyaerts
Peter Rogiers
Isidoor Gooderis
19 november ‘06